Menuallergenen Allergenen per gerecht

Stappenplan

In welke stappen leg je je receptuur vast zodat de allergenen blijven kloppen?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Werk in een Nederlandse horecakeuken. Beeld bij het artikel: In welke stappen leg je je receptuur vast zodat de allergenen blijven kloppen?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Bijna elke horecazaak heeft ergens een allergenenlijst liggen, en bijna elke lijst loopt achter. Dat komt zelden door slordigheid: de lijst is opgebouwd rond gerechten, terwijl de keuken werkt met sauzen, deeg, marinades en bouillons die in tien gerechten tegelijk zitten. In zes stappen bouw je een vastlegging die wel meebeweegt, ook als je leverancier volgende week iets anders levert.

Waarom je bij de receptuur begint en niet bij de kaart

Een gerechtenlijst met vinkjes achter veertien allergenen lijkt logisch, want zo vraagt de gast het ook. Het probleem zit in het onderhoud. Verandert er iets in een basissaus, dan moet je zelf onthouden in welke gerechten die saus zit en elk van die regels apart aanpassen. Vergeet je er een, dan staat er een fout antwoord op de kaart en niemand die het ziet.

Werk je vanuit de receptuur, dan draai je die richting om. Je legt de componenten vast, je legt vast welke componenten in welk gerecht zitten, en de allergenen van een gerecht volgen daaruit. Een wijziging voer je op een plek in en de gevolgen rollen vanzelf naar buiten.

Dat is meer denkwerk aan het begin en veel minder werk daarna. De zes stappen hieronder zijn de volgorde waarin je dat het snelst opbouwt, ook als je halverwege moet stoppen omdat er gasten binnenkomen.

Stap 1: knip je kaart op in componenten

Neem je huidige kaart erbij, inclusief de dagkaart en de vaste bijgerechten, en schrijf per gerecht op uit welke onderdelen het bestaat. Niet de ingredienten, maar de bouwstenen: het brood, de dressing, de burger, de kruidenboter, de aardappelbereiding, het garnituur.

Streep vervolgens de dubbelen weg. Bijna altijd blijkt dat een kaart van dertig gerechten teruggaat op een veel kleiner aantal componenten. Dat aantal is je echte werkvoorraad, en het is de belangrijkste reden waarom deze aanpak op termijn minder tijd kost.

Let bij het opknippen op de onderdelen die niemand noemt omdat ze er altijd zijn: het broodje dat standaard meegaat, de olie in de frituur, het bloem op de werkbank, het bindmiddel in de jus.

Stap 2: schrijf elke component uit tot op etiketniveau

Per component noteer je wat erin gaat. Voor wat je zelf maakt, is dat je eigen recept. Voor wat je kant en klaar inkoopt, is dat het etiket van de verpakking, want daar staat de samenstelling waar jij niets aan verandert.

Neem bij ingekochte producten merk en variant op. Dezelfde soort mosterd van twee fabrikanten kan een andere samenstelling hebben, en juist bij een wissel is die notitie het verschil tussen een gerichte controle en het opnieuw uitzoeken van alles.

  • Bewaar of fotografeer het etiket van bulkverpakkingen voordat de doos de container in gaat.
  • Noteer ook halffabricaten die je in de vriezer legt, met de datum en de gebruikte batch.
  • Schrijf op wat er tijdens de bereiding bijkomt en niet in het recept staat, zoals het bloem waarin je bestuift.
  • Vermeld de olie of het vet waarin iets wordt gegaard, want dat is een ingredient en geen bijzaak.

Stap 3: leg per component de veertien allergenen vast

Nu pas komen de allergenen erbij. EU-verordening 1169/2011 wijst veertien allergenen aan waarover je informatie moet kunnen geven. Loop per component die veertien af en zet er een duidelijk ja of nee bij. Niet "waarschijnlijk niet" en niet een leeg vakje, want een leeg vakje leest iedereen zoals het hem uitkomt.

Kom je er bij een ingekocht product niet uit, zet er dan onbekend neer en vraag het na bij je leverancier. Onbekend is een eerlijke tussenstand die zichtbaar blijft; een gokje verdwijnt in de lijst en komt er nooit meer uit.

Waar de meeste zaken op vastlopen

De struikelblokken zitten vrijwel altijd in dezelfde hoek: sojasaus in een marinade, tarwe in een bouillonpasta, mosterd in een dressing, melkbestanddelen in een vegetarische vervanger, en noten of sesam in een korstje of een topping. Het zijn stuk voor stuk componenten die je koopt in plaats van maakt.

Stap 4: scheid het ingredient van de kruisbesmetting

Maak per component twee kolommen. In de eerste staat wat er als ingredient in zit. In de tweede staat wat er door de werkwijze in de keuken bij kan komen: de gedeelde frituur, de snijmachine, het broodrooster, de mixer die tussen twee bereidingen door alleen wordt afgeveegd.

Die tweede kolom vul je op basis van wat er echt gebeurt op een drukke zaterdag, niet op basis van de werkwijze die je hebt afgesproken maar zelden haalt. Een vastlegging die mooier is dan de keuken, valt bij het eerste kritische gesprek door de mand.

Het onderscheid is ook aan tafel bruikbaar. "Dit gerecht bevat geen noten, maar wordt gefrituurd in dezelfde olie als een product met noten" is een antwoord waar een gast een echte keuze op kan baseren. Wat er verder misgaat als dat onderscheid ontbreekt, staat in het artikel over het bijhouden van allergenen op je menukaart zonder dat de keuken in de war raakt.

Stap 5: koppel de componenten terug aan de gerechten

Nu leg je per gerecht vast uit welke componenten het bestaat. Dat is het scharnierpunt van het hele stappenplan: vanaf hier hoef je een gerecht nooit meer los bij te werken, want zijn allergenen zijn de optelsom van zijn componenten.

Neem de varianten meteen mee. Hetzelfde gerecht met glutenvrij brood, zonder saus of met een vegetarische vervanger is voor de gast een ander gerecht en dus een andere combinatie. Leg die varianten vast als aparte samenstellingen, niet als een opmerking in de marge.

Wat je waar vastlegt in een componentgerichte opbouw
NiveauWat je erbij noteertHoe vaak het verandert
Product van de leverancierMerk, variant, samenstelling van het etiketBij een wissel of een nieuwe receptuur van de fabrikant
ComponentIngredienten, allergenen, kruisbesmettingAls de kok het recept aanpast
GerechtWelke componenten erin zitten, plus de variantenBij een kaartwijziging
KaartWelke gerechten vandaag verkrijgbaar zijnPer seizoen of per dag

Stap 6: spreek af wat een wijziging in gang zet

Een vastlegging veroudert niet geleidelijk, maar op precies aanwijsbare momenten. Benoem die momenten en koppel er een handeling aan, dan hoeft niemand meer te onthouden dat er iets moest gebeuren.

  1. De kok past een recept aan: de component wordt bijgewerkt voordat het gerecht opnieuw wordt verkocht.
  2. De leverancier levert een ander merk of een andere variant: het etiket wordt vergeleken voordat de doos opengaat.
  3. Er komt een gerecht op de kaart: het wordt pas verkocht als de componenten eraan hangen.
  4. Er verandert iets in de werkwijze in de keuken: de kolom kruisbesmetting wordt nagelopen.
  5. Er start een nieuwe medewerker: die krijgt in de eerste dienst te zien waar de informatie staat.

Leg bij elke wijziging vast wanneer die is doorgevoerd. Dat kost een seconde en levert je een geschiedenis op waarin je later kunt terugzoeken welke samenstelling er in een bepaalde week gold. Waarom dat bij een bezoek van een controleur zo veel scheelt, staat in het artikel over waar je op moet letten bij een controle op je allergeneninformatie.

Hoe je de eerste ronde doorkomt

De eerste ronde is het enige zware stuk. Doe hem niet in een keer en niet tijdens een dienst. Begin met de tien gerechten die je het meest verkoopt, want die dekken doorgaans een groot deel van je omzet en van je componenten. De rest volgt vanzelf, omdat de componenten dan al vastliggen.

Werk met de kok samen en niet voor de kok. Hij weet welke handeling er niet in het recept staat en toch elke dag gebeurt, en dat is precies de informatie die je nodig hebt. Wat die uren ongeveer kosten en wanneer ze zich terugverdienen, staat in het artikel over wat allergenenbeheer per maand kost in een kleine horecazaak.

Conclusie: een keer goed opbouwen, daarna alleen bijsturen

Wie zijn receptuur op componentniveau vastlegt, verandert de aard van het werk. Bijhouden is dan geen zoekplaatje meer waarbij je moet bedenken waar een saus overal in zit, maar een handeling van een paar minuten op een vaste plek. De zes stappen hierboven kun je met pen en papier zetten, en dat is beter dan wachten tot je het perfect kunt doen.

Wil je die opbouw niet zelf onderhouden, dan is de receptuurmodule van Menuallergenen daar precies voor gemaakt: je past een component aan en de software laat zien welke gerechten daardoor veranderen, inclusief de datum waarop de wijziging inging. Hoe deze software tot stand komt en wie eraan werkt, lees je op de pagina over de maker van Menuallergenen.

Loop je vast bij stap 1 of stap 5, leg je kaart dan een keer naast ons via het contactformulier. We laten zien hoe jouw gerechten in componenten uiteenvallen voordat je ergens aan begint.

Verder lezen